Leren praten is voor de meeste kinderen een proces dat vanzelf verloopt. Maar dit geldt niet voor ieder kind. Soms verloopt de taalontwikkeling trager, of anders dan je zou verwachten. Het kind begint bijvoorbeeld pas laat met spreken, kent weinig woorden, maakt fouten in zinnen of vertelt heel weinig. Er kan dan sprake zijn van een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis hebben moeite met het begrijpen of uiten van taal. Een taalontwikkelingsstoornis gaat niet over en je kunt het aan de buitenkant niet zien. Ouders kunnen het bij hun kind herkennen aan de manier van communiceren. Een peuter die weinig praat en onverstaanbaar is. Een wat ouder kind dat kromme zinnen maakt of verkeerde werkwoorden gebruikt. Een kind dat altijd stil is omdat het moeite heeft met het meedoen aan een gesprek.